De kleine prins Antoine de Saint-Exupéry

Er was eens een prins die alleen op een donkere planeet woonde. Bijna alleen dan. Hij had één vriendje, een prachtige rode roos. … Verder woonde er niemand en de kleine prins miste een vriendje om mee te spelen. Op een morgen werd hij wakker met een besluit: een vriendje zoeken. Van zijn kleine planeet  gleed hij op een manestraal naar beneden naar onze wereld. Wie wil mijn vriendje zijn, riep hij. Er kwam niemand. “Hoe moet ik nu een vriendje vinden”, vroeg de kleine prins zich af. Tot hij hoorde.
Goede morgen, zei de Vos
Goede morgen, zei de kleine prins beleefd, hij draaide zich om maar zag niets.
Hier ben ik, onder de appelboom, zei de stem.
Wie ben je? Vroeg het prinsje, je bent zo mooi.
Ik ben een vos, zei de vos.
Kom met me spelen, stelde het prinsje voor, ik ben alleen…

Ik kan niet met je spelen

Ik kan niet met je spelen, ik ben wild, ik ben niet tam.
Wat is dat “wild en tam”?
Ja, zei de vos. Jij bent voor mij een kind net als alle andere kinderen. Als ik je tegenkom loop ik gewoon verder. Maar als je me tam maakt, dan zie ik jou altijd   als eerste, ook al zit de kamer vol met kinderen.
Ik weet het, zei de kleine prins ik heb een bloem in mijn tuin. Eentje maar. Daar ruik ik elke dag aan. En elke dag zeg ik haar hoe mooi ze is. Ze maakt me blij. Ik  denk dat ze mij “tam” gemaakt heeft.
Dat is best mogelijk, zei de vos. Wil je mij ook tam maken kleine prins? Als ik voetstappen hoor kruip ik weg in mijn vossenhol. Maar als ik jou voetstap hoor dan kom ik uit mijn hol. Want jij bent mijn vriend.

 Les

Doel:  De kinderen ontdekken wie echt hun vriendje is, wat ze graag samendoen en wat ze kunnen doen om vriendjes te worden.
Lesvoorwaarde: Wat vraagt de les van de kinderen? Kun je dit vragen  Hoe zorg je voor spelplezier voor je spelers en voor jezelf?
Spelorganisatie:  Zoek  internet plaatjes van het klassieke werk van Exupery om de kinderen te inspireren.
Materiaal: een mantel en kroontje voor de prins; een lange neus voor de vos; een groot doek en twee stoelen om een hol te maken voor de vos.  De kinderen zitten op hun plaats bij spelintroductie; formeren een open cirkel rondom het vossenhol [spel 1] en zitten in een cirkel op de grond in de speelzaal of op stoeltjes in de klas [spel 2].

Spelintroductie

Je speelt met twee poppen: de kleine prins en de vos die beide hen vertellen dat ze een vriendje willen dat met hen speelt. Kleine prins situeer je bovenop het beweegbare deel van het schoolbord. De vos situeer je aan de andere kant van de klas zodat alle kinderen een kwartslag moeten draaien om hem te zien. Hij vertelt iedereen dat hij geen vriendjes krijgt omdat hij zo wild en stoer is en iedereen bang maakt. Maar eigenlijk is hij heel verlegen. De kleine prins kan vertellen dat hij niet weet wat een vriendje is. Of hoe hij vriendjes moet maken want hij komt van een verre planeet. Hij kan vragen of de kinderen hem dat willen leren.
Tussenbespreking
@ wat is tam zijn?@ welke dieren zijn tam? @ zijn alle tamme dieren veilig voor iedereen? @ Voor wie wel?

Spelsituatie 1. Lok de vos uit het hol

Een van de kinderen speelt de vos in zijn hol die niet naar buiten durft omdat hij vreemde voetstappen hoort. Hij is nog niet tam. De kinderen spelen samen met jou en onderzoeken hoe ze de vos uit zijn hol kunnen lokken zodat deze wil komen spelen. Vriendelijke woorden zeggen, voorstellen om iets leuks te gaan doen, rustig op afstand gaan zitten en iets vertellen aan de vos. Wat is prettig om te horen voor de verlegen vos, wat zou de vos niet willen horen. Als het niet lukt , laat je de vos even in zijn hol en overleg je met de kinderen hoe iemand niet meer bang hoeft te zijn van vreemden. Tenslotte komt de vos uit zijn hol. Misschien speel je het spel meerdere keren als het eerste vosje te snel uit zijn hol komt.

2. Samen spelen met de kleine prins.

Een van de kinderen speelt de kleine prins die niet weet hoe je vriendjes kunt worden. Hij vraagt of hij mee mag spelen aan één van de kinderen. Het betreffende kind noemt de naam van haar of zijn lievelingsspel. Het prinsje wil wel of niet het spel mee spelen. Jij begeleidt hen beide door als bemiddelaar mee te spelen. Vervolgens vragen enkele kinderen het prinsje of hij met hen wil spelen. Tenslotte doet een laatste prinsje een voorstel aan de hele groep om samen te doen.
Spelafronding:
@ Wat was echt aardig van het prinsje, vosje om te zeggen?
@ Wat was niet leuk.
@ Wie kan nu zeggen hoe je vriendjes kunt worden?

De kikker en de zon

De zon wil graag een zonnekind en verlangt er zo naar. Op een dag vertelt ze het. “Kleine kikkers in de sloot, ik wil ik een kleine baby zon”. De kikkers zijn niet gewend dat de zon met hen praat. Ze vallen van schrik van hun lelieblad met een plons in het water. “Alsjeblieft moeder zon, doe dat niet”. “Oh waarom ik niet en jullie wel”? Alle kikkers antwoorden in koor. “U maakt als u heel hard schijnt onze plassen droog, soms is er niet genoeg water. Als u straks met tweeën bent, overleven wij dat niet. Wij zijn uw kinderen” De zon dacht hierover en begreep het. Vanaf die dag zorgde ze als een moeder voor hen en kroop achter de wolken als het te droog werd. Of scheen flink als het geregend had. De kikkertjes keken dankbaar omhoog vanaf de grote lelie bladeren in de sloot.

Les

Doel: Kinderen vertellen elkaar over de zon en spelen situaties uit waarin ze zelf een zonnetje zijn.
Focus: De kracht van de zon, zelf een zonnetje zijn en zorgen voor elkaar
Lesvoorwaarde:  Hoe zorg je voor spelplezier voor je spelers en voor jezelf? Wat vraagt de les van de kinderen? Kun je dit vragen
Lesorganisatie: Reserveer het speellokaal als het kan. Kinderen spelen ieder voor zich in de ruimte. De kikkers kunnen eventueel een dotje groen op hun snuitje krijgen uit de schminkdoos. Het verloop van de zon kun je aangeven door de gordijnen langzaam dicht te schuiven.

Spelintroductie: Kikkers in en uit de sloot

Kinderen springen ’s morgens vol energie als kikkers door elkaar. Ze zwemmen vrolijk in de watersloot en zijn als muisjes zo stil als de grote ooievaar op de grond stampt. Deze zegt: “waar zijn die lekkere kikkerbilletjes”. Dan gaan enkele stoer kikkers tikkertje spelen met de ooievaar. De kikkers die hij vangt, komen in zijn grote nest terecht voor zijn kinderen. Misschien kunnen ze ontsnappen of houdt moeder ooievaar ze goed in de gaten? Later op de dag worden ze moe, de zon is zo heet en de dag duurt lang. Ze springen steeds trager, duikelen af en toe om en hebben dorst.
s’ Avonds als iedereen moe is en de zon laag hangt dan wiegen de kikkers hun kleine kikkertjes en zingen slaap kikkertje slaap, de zon die hangt al laag, ze gaat direct verdwijnen, de maan die gaat dan schijnen, slaap kikkertje slaap, de zon die hangt al laag.

Spelsituatie: De zon in gesprek met de kikkers.

Jij speelt de zon die s avonds voordat ze vertrekt haar verlangen naar een kind vertelt aan de kikkers. Deze gaan in gesprek met de zon. De zon zegt  nu dat ze zo groot is, dat ze voor wel meer dan de kikkers moeder kan zijn. Voor wie kan ze nog meer zorgen en wat moet ze dan doen? De kikkers geven suggesties en goede raad: voor kinderen die buiten spelen, voor het land van de boer en de vogels in de lucht. Vervolgens vraagt de zon of zij  zorgen voor hun vriendje, vriendinnetje, huisdier en wat ze dan zoal doen.
Spelafronding:
@ Hoe zorgt de zon voor ons?
@ Wat kan je allemaal doen als de zon schijnt?
@ Als de zon niet meer schijnt, wat zou er dan gebeuren ?
@ Wie kan er als een zonnetje in huis – in de klas zijn – Wat doe je dan?

Dodo de Knuffel

Dodo de knuffel is oud en versleten maar niet vergeten. Hij krijgt veel nieuwe vriendjes
Een spelcompositie, zie ludische-pedagogie.eu

Ubbergen, update winter 2021